Novak Djokovic (ATP-2), die Rafael Nadal (ATP-161) versloeg in de tweede ronde van de Olympische Spelen, hoopt dat het 60e duel tussen hen niet het laatste was.
Djokovic speelde tegen zijn Spaanse rivaal een ei zo na perfecte wedstrijd, maar was aanvankelijk niet zo blij met de loting, zo gaf hij na afloop toe. “Ik was klaar voor deze wedstrijd. Toen ik de loting zag, was ik niet zo blij dat ik in de tweede ronde tegen Nadal zou spelen. Maar ik denk dat het soms beter is om tegen hem te spelen aan het begin van een toernooi, wat ons nog nooit is overkomen. Het is altijd een uitdaging om tegen hem te spelen, vooral op deze baan waar hij zo dominant is.”
(lees verder onder de Instagrampost)
Nadal, die de voorbije twee jaar meer in de lappenmand lag dan officiële wedstrijden speelde, is uiteraard niet meer de speler van enkele jaren geleden. “Je ziet dat hij door zijn blessures wat langzamer is in zijn bewegingen”, merkte Djokovic op. “Maar als hij aan de bal is, slaat hij heel goed. Ik probeerde er gewoon voor te zorgen dat hij zich niet comfortabel voelde op het veld, dat hij het spel niet dicteerde.”
In de tweede set kantelde het momentum wel plots en werd het zelfs nog spannend, toen Rafa zich terugvocht van 0-4 tot 4-4. Djokovic: “Tot 6-1 en 4-0 speelde ik bijna de perfecte wedstrijd. Toen worstelde ik vier games lang. Het was een moment van grote druk, maar ik slaagde erin om de wedstrijd in twee sets te beëindigen.”
In de derde ronde wacht Djokovic een duel met de Duitser Dominik Koepfer (ATP-70).
Willen allebei Grand Slams spelen
Was deze 60e confrontatie écht de laatste? Media en fans denken van wel, maar Djokovic hoopt alleszins van niet. “Het kan, maar we weten dat niet. Het hangt van veel factoren af. Spelen we bijvoorbeeld dezelfde toernooien? Ik denk dat we allebei aan de Grand Slams en de grote evenementen willen deelnemen. Ik weet het niet, misschien zullen we heel selectief zijn… Dat is in ieder geval wat ik van mijn kant ga doen.”
“Ik hoop, in het belang van onze rivaliteit en de sport in het algemeen, dat we nog één of meerdere keren tegen elkaar zullen spelen en op verschillende ondergronden, in verschillende delen van de wereld”, geeft Djokovic nog mee. “Ik heb het gevoel dat dat onze sport alleen maar ten goede kan komen. Ik weet niet hoe hij zich voelt over zijn lichaam of wat zijn plannen zijn, maar laten we hopen dat we na Parijs opnieuw tegen elkaar kunnen spelen.”