De Fransman Julien Boutter, die in de jaren nul zowel in het enkel- als het dubbelspel een verdienstelijke speler op de Tour was, spaart zijn woorden niet wanneer hij spreekt over het dubbelspel.
Boutter won vier ATP-titels in het dubbelspel, bereikte de 26ste plaats op de wereldranglijst, en bereikte in 2002 samen met Arnaud Clement (ex-ATP-10 en ATP D-8) de halve finale van de Australian Open (Australië, Grand Slam). Tegelijk stond hij in de top 100 van het enkelspel, met de 46e plaats in 2002 als hoogste ranking. Nadat hij daarna ongeveer vijftien jaar aan het hoofd stond van het ATP 250-toernooi van Metz (Frankrijk), kijkt de 52-jarige Fransman bijzonder kritisch naar een discipline die volgens hem steeds meer terrein verliest.
“Dubbelspel is een ongelooflijke discipline. Het maakt deel uit van de tenniswereld en van de tenniscultuur. Het zou betreurenswaardig zijn om die te verliezen”, steekt hij van wal. “Toen ik speler was, kwam ik elke week uit in het enkel- én het dubbelspel, met spelers als Michael Llodra, Arnaud Clément en Max Mirnyi. Daardoor hadden we niet twee keer zoveel banen, hotelkamers, ballen of vervoer nodig.”
Als toernooidirecteur zag Boutter hoe dat evolueerde. “De laatste jaren keek ik welke spelers aan beide tabellen deelnamen, want dat kon besparingen opleveren. Maar de voorbije tien jaar zijn enkelspelers en dubbelspecialisten twee volledig aparte groepen geworden.”
Tennis is veeleisender geworden
Volgens de Fransman is er een verklaring voor die shift: “Tennis is zo veeleisend geworden dat de toppers van het enkelspel niet langer ook nog dubbelspel kunnen spelen zoals Yevgeny Kafelnikov, Wayne Ferreira, Jonas Björkman en die hele generatie dat deden. Het niveau is zo sterk gestegen en de concurrentie is zo groot geworden.”
Dat leidde de voorbije jaren dus steeds vaker tot twee totaal verschillende deelnemerslijsten op toernooien. “En meer spelers op een toernooi betekent logischerwijs ook meer… kosten”, zo maakt Boutter de rekening. “Dubbelspelers eten evenveel als enkelspelers. Ze doen zelfs vaker een beroep op de kinesisten, omdat enkelspelers meestal iemand in hun eigen begeleidingsstaf hebben. Ze maken gebruik van alle voorzieningen waar ze recht op hebben. Je kunt het hen niet kwalijk nemen, want ze hebben er nu eenmaal recht op.”
Dubbelspel van geen enkel belang
Hoewel Boutter zelf een succesvolle dubbelspeler was en de sport een warm hart toedraagt, is hij bijzonder hard in zijn analyse: “Wat populariteit betreft, heeft een toernooi of het publiek er geen enkel belang bij om spelers te hebben die uitsluitend dubbelspel spelen. In Metz waren we enigszins beschermd, omdat er geregeld een Frans duo in de finale stond. Dan zat de zaal bijna automatisch vol. Anders was het een ramp.”
“De enkelspelers vonden dat trouwens helemaal niet leuk. In de indoorhal konden ze niet trainen omdat de dubbelspecialisten de banen bezetten.”
Kwestie van budget
Dat de ATP het dubbelspel liever kwijt zou zijn, heeft natuurlijk alles met geld te maken. Of beter gezegd: met misgelopen inkomsten. Volgens Boutter is die visie logisch vanuit het standpunt van de organisatie: “Er wordt van toernooien verwacht dat ze geld pompen in iets wat niets opbrengt. Dat houdt geen steek. Een bedrijf investeert in reclame omdat dat later rendeert. Hier betalen toernooien de spelers en dragen ze alle bijkomende kosten, terwijl ze er geen ticket extra door verkopen. Dat systeem is simpelweg onhoudbaar.”
“In Metz ging van een budget van één miljoen euro ongeveer 20 procent naar het dubbelspel, tussen prijzengeld en logistiek. Met die 200.000 euro zou je een toernooi kunnen organiseren voor 14- tot 16-jarigen die tot de beste spelers ter wereld behoren. Dat is een investering in de toekomst. Misschien staan zij twee of drie jaar later in je hoofdtabel. Dan heb je een verhaal te vertellen en wordt dat geld nuttig besteed.”
Doodsteek van het tennis dubbelspel
Onlangs raakte bekend dat de ATP het dubbelspel grondig wil hervormen door zowel de tabellen als het prijzengeld te halveren. Volgens Sander Gillé (ATP D-70) zou die maatregel de doodsteek kunnen betekenen voor het dubbelspel.
Boutter spreekt over een “legitieme oplossing”, maar volgens hem lost het de populariteitsproblemen niet op. “Tijdens de wedstrijden in de eerste rondes, en zelfs tijdens de halve finales zonder Franse spelers, zat er bij ons niemand op de tribunes. Het was er helemaal leeg.”
En net daar knelt volgens de Fransman nog steeds het schoentje: “Ja, dubbelspelers trainen hard, ze hebben hun automatismen en ze weten hoe ze naar één kant moeten retourneren. Natuurlijk kruipt daar werk in, maar tennistechnisch gezien spelen ze op het niveau van -2/6 of -4/6… Je kunt vandaag toch niet op dit niveau spelen en 400.000 of 500.000 dollar per jaar verdienen? Dat is onmogelijk, het is een fictieve job.”
Dubbelspel alleen voor enkelspelers
Heeft Boutter zelf een oplossing voor ogen? “Je zou kunnen overwegen om het dubbelspel enkel open te stellen voor spelers die ooit in de top 50 van het enkelspel hebben gestaan. Zij hebben naamsbekendheid en, tussen aanhalingstekens, het vereiste niveau. Voor hen kan dat een verlengstuk van hun carrière zijn.”
“Het risico bestaat natuurlijk dat je dan enkel oudere spelers krijgt, maar de 35-jarige Grigor Dimitrov (ATP-146) stond vorige week wel nog in de achtste finale van Wimbledon (Groot-Brittannië, Grand Slam). Zo vreemd zou dat dus niet zijn.”


