Maandag begint het toernooi van Wimbledon (Groot-Brittannië, Grand Slam). Aan de start: maar liefst 35 Amerikanen – negentien vrouwen en zestien mannen – het hoogste aantal sinds 1999, toen er exact evenveel Amerikaanse vrouwen en mannen deelnamen.
Slechts enkele weken geleden liet Coco Gauff (WTA-2) de Amerikaanse Stars and Stripes schitteren op Roland Garros (Frankrijk, Grand Slam). Bovendien bereikten in Parijs maar liefst acht Amerikanen de vierde ronde van het enkelspel, iets wat in 40 jaar niet meer was voorgekomen.
En de Verenigde Staten zijn vastberaden om dat succes de komende veertien dagen verder uit te bouwen.
Amerikaanse spelers in de top 10
Het succes van Roland Garros wierp ook zijn vruchten af voor de Amerikanen op de wereldranglijsten. De week na Parijs stonden er bij de mannen drie in de top 10 (Tommy Paul (ATP-13) zakte intussen wel terug weg), terwijl de vrouwen zelfs vier vertegenwoordigers hadden, waaronder twee in de top 3. We moeten al teruggaan naar het begin van de jaren 2000 om gelijkaardig succes te vinden.
Titels in Eastbourne en Bad Homburg
Dankzij Taylor Fritz (ATP-5) en Jessica Pegula (WTA-3) trekken de VS met nóg meer vertrouwen naar Londen.
Fritz won zaterdag het toernooi van Eastbourne (Groot-Brittannië, ATP 250) in een volledig Amerikaanse finale tegen Jenson Brooksby (ATP-149), nota bene een lucky loser. Hij haalde het met 7-5 en 6-1.
Pegula nam in de finale van Bad Homburg (Duitsland, ATP 250) de scalp van Iga Swiatek (WTA-4) met 6-4 en 7-5.
De United States Tennis Association (USTA) – de Amerikaanse tennisfederatie – lijkt nu al ruimschoots beloond te worden voor hun grote investeringen in het tennis.


